Doodsbang, maar dat is nu voorbij
- Bianca Wijngaards

- 10 feb
- 3 minuten om te lezen

Er was een tijd dat ik doodsbang was voor dieren, voor honden, katten en nog veel meer. Zó bang dat mijn hele lijf op scherp stond zodra er eentje in de buurt kwam.
Ik rende weg, letterlijk. Oh ik heb me wat rondjes gerend met honden achter me aan. Zij wilden spelen, ik duidelijk niet. Ondertussen vond ik mezelf een aansteller. Want ja, een volwassen vrouw die bang is voor honden, dat āhoortā toch niet? Dat stemmetje in mij was vaak harder dan de angst zelf.
Wat niemand echt zag, was hoe onveilig ik me vaak voelde, op straat, op visite. In allerlei situaties die voor anderen heel normaal waren. Ik vermeed ze liever en zo werd mijn wereld langzaam een stukje kleiner.
Een verlangen dat langzaam mocht landen
Tegelijkertijd was er ook iets anders. Er was een verlangen, eerst was het nog voorzichtig, maar wel aanwezig.
Mijn man had altijd dieren gehad en miste dat en ergens, diep vanbinnen, verlangde ik ook naar gezelschap. Mijn man was vaak aan het werk en ik had wel steeds meer behoefte aan leven in huis, warmte, iets om voor te zorgen. Ik hoorde de verhalen van anderen: hoe fijn een huisdier kon zijn, hoe rustgevend en verbindend.
Maar verlangen en angst liepen bij mij niet gelijk op.Dus we praatten. Ik liet het bezinken, forceerde vooral niets. Tot er een moment kwam waarop het idee van een poes als huisdier niet meer alleen spannend voelde, maar ook mogelijk. Nog steeds best eng, maar niet meer onoverkomelijk.
Kleine stapjes maken het verschil
Zo kwam Benji in ons leven. Een hele mooie zwarte kat uit het asiel, rustig, afwachtend, met zijn eigen tempo.
Dat bleek precies wat ik nodig had. Hij kwam niet op me af stormen. Hij nam de tijd en daardoor kon ik dat ook doen.
Die periode leerde me iets belangrijks: ik hoefde niet over mijn angst heen. Ik mocht ernaast leren staan. Het mocht en-en zijn. Ćn een verlangen hebben Ć©n er angst voor hebben.
Ik ontdekte dat ik kon verbinden met een dier, want Benji werd echt een grote vriend. Ik leerde dat angst niet verdwijnt door te forceren, maar door veiligheid te creƫren en het aan te gaan.
Van angst naar vertrouwen
Jaren later deed ik iets wat ik nooit had verwacht: een paardencoachsessie. Paarden, groot, krachtig, imposant. Je snapt vast dat ik ze doodeng vond en toch was er een bepaalde nieuwsgierigheid naar coaching met paarden.
In die sessie ontdekte ik iets belangrijks: mijn angst ging niet over dieren. Mijn angst ging over geen regie voelen.
Toen ik leerde mijn grenzen aan te geven, stevig te staan en leiding te nemen vanuit rust, veranderde alles. Het paard reageerde meteen en ik ook. Heel bijzonder was deze ervaring. Dat inzicht werkte door.
Na het overlijden van onze laatste poes en het verlangen van de kinderen naar een huisdier, kwam het idee van een hond voorzichtig ter sprake. Niet ineens, maar stap voor stap. āAls ik een paard kan begeleiden,ā dacht ik,ādan kan ik ook een klein hondje.ā
Zo kwam hij op ons pad. Een klein Boomertje via Verhuisdieren.nl. Hij riep me, echt, door het scherm heen. Zo voelde dat toen.
Wat dit jou kan brengen
Nu is hij al jaren bij ons, mijn kleine grote harige vriendje.Toen hij onlangs erg ziek was en ik hem zo miste tijdens een opname in de dierenkliniek, besefte ik hoe groot deze reis is geweest. Van doodsbang naar diep verbonden met een hond.
Misschien herken jij dit. Niet per se met dieren, maar wellicht met iets anders.
Een verlangen dat botst met angst. Een stap die nog te groot lijkt. Wat ik ook hier weer heb geleerd: je hoeft niet te springen. Je mag je comfortzone oprekken in jouw tempo.
Ieder klein stapje telt. Op een dag kijk je terug en constateer je dat je niet meer bent weggelopen. Dat gevoel, dat gun ik jou ook.
Dit blog is ook als podcast te beluisteren via deze link.




Opmerkingen